Van ruim dertig jaar geleden naar nu: het voelt haast als een film. Veel veranderde bij Stevens Van Dijck. Zoals recentelijk de verhuizing naar ons hagelnieuwe circulaire kantoor te Utrecht. Maar veel ook niet. Wat tekent het bedrijf en wat zijn de parels uit die lange historie? In gesprek met oudgedienden, partners en directeuren Joost Vennegoor en Roel Smit.
Wie uit het raam van het kantoor van Stevens Van Dijck tuurt ziet niet alleen de Domtoren, maar ook de typische contouren van de Utrechtse Werkspoorkathedraal. Vanuit het gloednieuwe pand op Campus Werkspoor, dat het industriële karakter van het gebied nog steeds verraadt, werken ongeveer veertig mensen in verschillende projecten aan betere gebouwen.
Stevens Van Dijck neemt met de verhuizing naar Utrecht definitief afscheid van de locaties in onder andere Zoetermeer, ‘s-Hertogenbosch, Amersfoort en Leeuwarden. Roel: “In de jaren negentig vroegen Paul Stevens en Cees van Dijck me aan boord te komen. Dat is goed, zei ik, maar dan wil ik graag een eigen vestiging. Dat werd ‘s-Hertogenbosch.” In 2010 veranderde Stevens Van Dijck van verschillende decentraal aangestuurde locaties, naar één club en één directie. Natuurlijk was dat in het begin wennen. Maar dat is inmiddels vijftien jaar geleden. “Het is goed dat we nu één kantoor delen. We werken veel op locatie, bij klanten. Het is fijn als je elkaar dan ook zo nu en dan nog eens ziet.”
De drie-eenheid in werk
Paul Stevens en Cees van Dijck waren de oprichters van Stevens Van Dijck. Ook Joost heeft warme herinneringen aan zijn begintijd met deze mannen aan het roer. “Pau
l hield ervan je in het diepe te gooien. Zo vond hij dat ik als junior maar zelf een bouwvergadering moest leiden. Spannend. Maar ik leerde er ook ontzettend veel van. Het was pionieren.” In die tijd was het bedrijf klein. Joost schat dat hij de tiende werknemer was. “Daar hoorde veel zelfstandigheid bij. Maar daardoor kreeg ik ook de ruimte om mijn eigen positie in het bedrijf te bepalen.” Hotel Soestduinen noemt hij als een persoonlijk parelproject uit die periode. “Decennialang boekte ik er jaarlijks een kamer. Gewoon, om eens te zien en te voelen hoe het met het hotel ging.”
Er spreekt een zekere verbinding uit deze anekdote. In plaats van project afronden en weer door, steeds blijven volgen hoe het met een project én klant gaat. Typisch Stevens Van Dijck, vinden de mannen, want ook Roel komt met een vergelijkbaar voorbeeld. “Dat was tussen 2003 en 2006: het nieuwe hoofdkantoor van Essent in ‘s-Hertogenbosch. Een flinke uitdaging met een uitgebreid programma van eisen. Maar we kregen het voor elkaar, samen. En tot op de dag van vandaag ga ik nog steeds jaarlijks met die klant en de projectleider van de aannemer uit eten.”
Het laat zien dat dit bedrijf niet alleen draait om de euro’s of de harde cijfers, maar meer om de mensen, het team dat die successen bereikt. Roel: “Plezier in mijn baan vind ik belangrijk. Dat zit ‘m in de inhoud, in de context en in de collega’s. Het klinkt wat religieus, maar ik ben altijd op zoek naar die drie-eenheid. En ik denk dat dat bij Stevens Van Dijck heel aardig lukt.”
Twee benen in het werkveld
Joost volgde zijn opleiding aan de TU in Eindhoven, richting projectmanagement. Maar écht het vak leren, dat gebeurde bij Stevens Van Dijck. “De sfeer was en is hier: iedereen doet zijn best, werkt enorm hard. En maak je een fout, dan is dat niet erg. Zolang je het maar meldt.” Zelf sloeg hij in zijn beginjaren de plank mis bij de renovatie van een hotel in de hofstad. De kostenraming die hij maakte, bleek veel te laag. “Ik heb daar flink buikpijn van gehad natuurlijk. Maar de senior met wie ik aan dit project werkte, pakte het prima op. En ik kan je vertellen: zo’n fout maak je niet nog een keer.”
Joost en Roel zijn beiden partner en jarenlang onderdeel geweest van de directie. Toch zijn ze allebei nog voor tachtig procent van hun tijd met bouwprojecten bezig. Joost: “Ja, we staan nog met beide benen in het werkveld. En met veel plezier. De ene dag loop ik op een bouwplaats en praat ik met de mensen die daar aan het werk zijn, de andere dag zit ik aan tafel met het management. Die afwisseling en het totaalplaatje van zo’n bouwproject volgen, dát maakt het leuk.” Roel: “Stevens Van Dijck is een organisatie met weinig lagen. Het gros bestaat uit bouwprojectmanagers. De één heeft meer ervaring, de ander minder. De één neemt de ander mee op sleeptouw in projecten. Zo leren we van elkaar. Het is ook typerend voor de sfeer hier. Ik zeg weleens: we zijn een familiebedrijf, zónder familie van elkaar te zijn. Dat gevoel is in die dertig jaar tijd altijd gebleven.”
Supergeheim project
Vooruit, nog één parel uit het ruime projectportfolio van het bedrijf. En nu één die Joost én Roel noemen als hoogtepunt:
het hoofdkantoor van De Nederlandsche Bank in Amsterdam.
Roel: “Ontzettend gaaf en ik ben trots dat we het vertrouwen kregen om daaraan mee te werken. Want let wel: in die aanbesteding concurreerden we met de top van Nederland. Het project bestond uit twee onderdelen: de verhuizing van het Cashcentrum naar Zeist, en de renovatie van het pand in de hoofdstad. Het Cashcentrum was een supergeheim project. Ik mocht er met niemand over praten. Zelfs de bouwvakkers wisten bij wijze van spreken niet precies wat de samenstelling van het beton was. Dat zorgde voor saamhorigheid. En het was echt one of a kind: we moesten alles zélf uitvinden.”
Joost: “Ook de renovatie van het hoofdkantoor was aardig complex. Denk je in: dat gebouw ligt midden in de Amsterdamse binnenstad. Hoe regel je de aan- en afvoer van bouwmateriaal? Waar maak je de opslag en de bouwplaats? Wat organiseer je om de overlast te beperken? Ik denk dat we dat ontzettend goed hebben gedaan met z’n allen.”
Gestage groei, naar maximaal zestig personeelsleden. Maar met behoud van het familiegevoel en de horizontale organisatiestructuur. Zo zien Roel en Joost de toekomst van Stevens Van Dijck voor zich. Roel: “Paul Stevens zei weleens: als je goede projecten goed doet, dan komt het met het bedrijf vanzelf in orde. Daar geloof ik ook in. Wat mij betreft blijven we in de core hetzelfde. Maar bewegen we wel mee met de wereld. Zoals met duurzaamheid en circulariteit. Op dat vlak waren we early adopters. Dat is ook wat ons werk leuk houdt: dat we steeds op zoek blijven naar de randen van ons vakgebied. Zo ontdekken we elke dag iets nieuws. Voor en met de bouw.”